top of page

Altijd aan, nooit uitgerust: wat chronische stress met je hormonen en je eetgedrag doet.

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

Je bent doodmoe, maar 's nachts lig je toch wakker. Overdag loop je van hier naar daar. En 's avonds sta je aan de kast met koekjes, terwijl je eigenlijk geen honger hebt. Of net omgekeerd: je hebt de hele dag bijna niks gegeten, omdat je er gewoon niet aan toe kwam.

Klinkt dat bekend?

Dan wil ik je eerst iets zeggen: daar is niks mis mee, en het ligt ook niet aan je wilskracht. Je lichaam staat al een hele tijd in overlevingsstand. En dat voel je niet alleen in je hoofd, maar ook in je hormonen.


Bij Harmona zien we het vaak. Vrouwen met PCOS, met een kinderwens of midden in de perimenopauze die op papier alles goed doen met hun voeding, en toch vastlopen. Heel vaak zit daar een uitgeput zenuwstelsel onder. Ik leg je graag uit wat er dan in je lichaam gebeurt, wat dat met je hormonen en je eetgedrag te maken heeft, en wat je er zelf aan kan doen.



Hoe merk je dat je zenuwstelsel moe is?


Dat gaat meestal niet van de ene dag op de andere. Het sluipt erin. En omdat je gewoon blijft doorgaan, zie je het vaak pas als het al een tijdje bezig is.


In je lichaam merk je het bijvoorbeeld zo: je staat 's morgens al moe op. Je schouders zitten hoog en je bijt op je tanden zonder het door te hebben. Je bent sneller ziek, of je wordt net ziek als je eindelijk verlof hebt. Je buik is vaak van slag. En misschien zie je het ook aan je cyclus: die is onregelmatiger, of de dagen voor je menstruatie zijn zwaarder dan vroeger.


In je hoofd: je vergeet dingen die je anders nooit vergeet. Lawaai en drukte worden snel te veel. Je bent kortaf tegen de mensen die je het liefst ziet, en daarna voel je je schuldig. En soms schiet je vol bij een liedje op de radio.


Aan tafel: 's morgens krijg je niks binnen, maar 's avonds heb je honger zonder einde. Je eet rechtstaand in de keuken, of met je gsm in je hand. Je hebt meer goesting in zoet of zout. En achteraf weet je eigenlijk niet goed meer wat je gegeten hebt.

Herken je een paar van die dingen? Dan is dat geen reden om streng te zijn voor jezelf. Het is je lichaam dat zegt: ik heb wat meer rust nodig.



Wat gebeurt er dan in je zenuwstelsel?


Ik vergelijk het graag met een auto. Je hebt een gaspedaal en een rempedaal.

Het gaspedaal is je sympathisch zenuwstelsel. Dat springt aan als er iets van je gevraagd wordt. Je hart gaat sneller, je ademt hoger en je lichaam zet zich klaar om te reageren.

Het rempedaal is je parasympathisch zenuwstelsel. Dat is de stand waarin je lichaam rust, herstelt en eten verteert.

Je hebt ze allebei nodig. Dat gaspedaal zorgt ervoor dat je je werk gedaan krijgt en dat je er staat als het moet. Maar bij veel vrouwen blijft het ingeduwd, ook als het niet meer hoeft. Door het werk, de kinderen, de zorg voor je ouders, een agenda die altijd vol zit. Je stresssysteem reageert niet alleen op echt gevaar, maar evengoed op een to-dolijst die nooit korter wordt.


Als dat lang genoeg duurt, raakt je lichaam op. Je bent dan opgejaagd en moe tegelijk. Je wil rusten, maar het lukt gewoon niet.



En wat doet dat met je hormonen?


Zolang dat gaspedaal ingeduwd blijft, maakt je lichaam meer cortisol aan, je belangrijkste stresshormoon. Op korte termijn is dat handig: cortisol zorgt ervoor dat er snel energie in je bloed komt. Maar als het te lang duurt, werkt het door op heel wat andere systemen.


  • Je bloedsuiker gaat meer op en neer. Heb je PCOS, dan kan dat de schommelingen in je insuline nog versterken.

  • Je slaap wordt lichter. Cortisol hoort 's avonds te dalen, maar bij langdurige stress blijft het vaak te hoog. Daarom ben je doodmoe en lig je toch wakker.

  • Je cyclus kan van slag raken. Als je lichaam in overlevingsstand staat, krijgen rust en vruchtbaarheid minder voorrang. Bij een kinderwens is dat extra frustrerend.

  • In de perimenopauze daalt je progesteron, een hormoon met een rustgevend effect. Daardoor word je in die fase vaak gevoeliger voor stress, net op het moment dat je agenda het volst zit.


Je hormonen staan dus niet los van hoe je je voelt en hoe je leeft. Daarom kijken we bij Harmona altijd naar het geheel.



En wat heeft dat met eten te maken?


Als je lichaam in die stand van actie staat, is verteren minder belangrijk. Alert blijven gaat voor. Daardoor kan je een knoop in je maag hebben, een opgeblazen buik, of 's morgens gewoon geen honger.

Tegelijk wil je lichaam snel energie. Daarom heb je dan zo'n goesting in iets zoets of een boterham met choco. Dat geeft je een korte boost, maar daarna zak je weer snel in. En voor je lichaam is die dip opnieuw stress. Zo kom je in een cirkel: stress, een dip, iets zoets, en weer een dip.


Merk je dat vooral in de week voor je menstruatie? Dan speelt je cyclus ook mee. Sarah schreef daar een aparte blog over: Waarom je in de week voor je menstruatie echt zin hebt in chocolade.


Soms is eten ook gewoon troost. Na een lange dag is dat stukje chocolade misschien het enige moment dat echt voor jou is. Dat snap ik heel goed. Alleen raakt je lichaam daar niet uitgerust van.


Wat wel helpt: op vaste momenten eten, met bij elke maaltijd wat eiwitten en gezonde vetten, zodat je bloedsuiker en je energie stabieler blijven. Gaan zitten als je eet. Rustig kauwen en proeven wat je eet. Zo laat je je lichaam weten dat het veilig is om te ontspannen. Wat jouw lichaam precies nodig heeft op je bord, hangt af van je hormonen en je klachten. Daar kijkt Sarah als functioneel diëtiste dieper naar.



Hoe kan ACT daarbij helpen?


In mijn begeleiding werk ik vanuit ACT. Dat staat voor Acceptance and Commitment Therapy, een wetenschappelijk onderbouwde manier om anders om te gaan met wat je voelt en denkt.

Je gaat moeilijke gevoelens niet wegduwen. Je leert ze opmerken en er wat plaats voor maken. En van daaruit kies je wat je wil doen, op basis van wat voor jou belangrijk is. Bij Harmona gebruiken we het om anders te leren omgaan met cravings, met herval en met dat kritische stemmetje dat zegt dat je het weer niet goed gedaan hebt.

Wat ik er zo goed aan vind: ACT vraagt niet dat je nog harder je best doet. Er komen geen strenge regels bij en geen nieuw lijstje met wat je allemaal moet. Want net al dat moeten maakt het voor je zenuwstelsel zo zwaar.


Je leert met wat meer nieuwsgierigheid en vriendelijkheid naar jezelf kijken. Wat voel ik nu? Wat heb ik eigenlijk nodig? En hoe kan ik daar goed voor zorgen?




Een kleine oefening om mee te starten


Vrouw zit met gesloten ogen in een zetel bij het raam en legt haar handen op haar buik om rustig uit te ademen

Merk je dat je naar eten grijpt terwijl je geen honger hebt? Probeer dan eens dit:






  1. Stop en tel rustig tot tien. Niet om het jezelf te verbieden, maar om een moment bij jezelf stil te staan.

  2. Leg een hand op je buik en adem één keer traag uit. Een lange uitademing is een van de eenvoudigste manieren om je rempedaal in te duwen.

  3. Vraag jezelf: heb ik honger, of heb ik iets anders nodig? Rust, een pauze, een babbel, een knuffel?

  4. Kies dan wat je wil. Als je toch iets wil eten, is dat oké. Het verschil is dat je nu zelf kiest.


Het gaat niet elke keer lukken, en dat hoeft ook niet. Elke keer dat je stilstaat, geef je je lichaam een beetje meer veiligheid.



Tot slot


Een moe zenuwstelsel heeft tijd nodig om te herstellen. Je moet niet alles in één keer veranderen. Kleine stapjes zijn genoeg, zeker als ze passen bij hoe jouw dagen eruitzien.

En je moet dit niet alleen uitzoeken. Bij Harmona kijken we er van twee kanten naar. Sarah kijkt als functioneel diëtiste naar je hormonen, je bloedwaarden en wat je lichaam nodig heeft op je bord. Ik help je met het hoe: hoe je anders omgaat met cravings, met dat eeuwige moeten en met die avonden aan de koekjeskast. Samen zoeken we wat jouw lichaam nodig heeft om terug tot rust te komen.


Twijfel je waar je best start? 

Boek een gratis kennismakingsgesprek, dan bekijken we samen wat jij nodig hebt.


Opmerkingen


bottom of page